Maritieme sectoren presteren wederom beter

Maritieme sectoren presteren wederom beter

Door Bas Bergsma
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Met een toename van banen, productiewaarde en toegevoegde waarde, presteerde de maritieme cluster wederom beter dan in voorgaande jaren. Dit blijkt uit de Maritieme Monitor 2014 die in december 2014 is verschenen. In totaal werken er in Nederland circa 224.000 personen in de maritieme industrie. Interessant om te zien is de toenemende verwevenheid tussen de verschillende maritieme sectoren. Een van de drijvende krachten achter deze ontwikkeling is het toenemende belang van de offshore industrie. Offshore activiteiten, waaronder de ontwikkeling, winning en distributie van windenergie op zee, zijn van groot belang voor de maritieme sector. Groeikansen voor de offshore zijn te vinden in hoogwaardige technologieën, specialistische equipment en kennis om opkomende economieën te helpen bij het winnen van olie en gas. Lees meer op maritiemland.nl.

 

Maritieme Monitor 2014

Keerpunt voor de bouw lijkt te zijn bereikt

En de bouwsector? In het voorjaar van 2014 juichten de ondernemersorganisaties en geldverstrekkers al voorzichtig. Het keerpunt leek te zijn bereikt voor de bouw. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) is dat ook echt het geval en zet het herstel zich door. Na zes jaren van onafgebroken krimp zal de werkgelegenheid in de bouw dit jaar voor het eerst weer toenemen. De totale werkgelegenheid zal in 2015 met 5.000 voltijd banen toenemen. Na 2015 zal het werkgelegenheidsherstel nog meer aan kracht winnen. Lees meer in hun zojuist verschenen rapport: Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2015.

 

Verschillen tussen bedrijven zijn groot

Branchevereniging NLingenieurs ziet ook lichte verbetering van de omzetverwachtingen, maar geeft aan dat er van een gezonde marktsituatie voor de hele bouwketen nog geen sprake is. De gemiddelde vooruitzichten ten aanzien van omzet en werkgelegenheid bij bedrijven in de bouw zijn licht verbeterd, maar de verschillen tussen bedrijven onderling zijn echter groot. Dat blijkt uit de Monitor Bouwketen najaar 2014, die is gebaseerd op conjunctuurmetingen onder de leden van de BNA, Bouwend Nederland, NLingenieurs en UNETO-VNI. Het voorzichtige herstel dat vanaf de tweede helft van 2013 bij architecten werd waargenomen, wordt inmiddels verderop in de bouwkolom ervaren bij ingenieursbureaus, bouwbedrijven en installateurs. Veel bedrijven in de bouwketen voelen echter nog steeds de crisis.

 

Nederlandse industrie moet haast maken

Videoverslag van de landelijke aftrap van Smart Industry op 22 januari 2015

“De kracht van de Nederlandse industrie ligt bij bedrijven die samenwerken om oplossingen te bedenken voor maatschappelijke uitdagingen met behulp van technologische innovaties. Deze innovaties moeten vervolgens internationaal op de markt gebracht worden.” Zo opent Ineke Dezentjé Hamming haar voorwoord in het Smart Industry Rapport en gaf hier vorig jaar het startsein mee voor dit belangrijke cross-sectorale thema. De Nederlandse industrie heeft 2014 prima afgesloten, maar moet haast maken om de concurrentie aan te gaan met andere landen. Er moeten snel nieuwe producten en oplossingen worden ontwikkeld, productietechnologieën en business modellen bedacht worden en men moet op zoek naar werknemers met wellicht nieuwe vaardigheden. Het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor de ondersteuning van de Smart Industry revolutie is een excellente ICT-infrastructuur.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

De kracht van de Nederlandse industrie ligt bij bedrijven die samenwerken om oplossingen te bedenken voor maatschappelijke uitdagingen met behulp van technologische innovaties